ECLI:NL:RBOBR:2018:999
Rechtbank Oost-Brabant
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Burenrechtelijke geschil over treurwilg en bouwschuur met proceskostencompensatie
Eiser en gedaagde, buren en familie, hadden een geschil over een treurwilg op het perceel van eiser en de bouw van een schuur door gedaagde op de perceelgrens. Eiser vorderde toegang voor een deskundige om mogelijke schade aan de boom te onderzoeken en staking van de bouwwerkzaamheden.
De zitting vond plaats op 5 april 2017 waarna partijen het kort geding zes maanden pro forma aanhielden om gezamenlijk een deskundige te zoeken. Eiser diende later een verzoekschrift in voor een voorlopig deskundigenbericht. Uiteindelijk trok eiser op 28 november 2017 zijn kort geding in.
Gedaagde verzocht om proceskostenveroordeling omdat eiser volgens hem de verkeerde procedure had gevolgd en onnodige kosten veroorzaakte. De voorzieningenrechter bekeek of hij bij vonnis op 5 april 2017 de vorderingen van eiser zou hebben toegewezen. De vordering tot staking van de bouwwerkzaamheden werd afgewezen vanwege bijna voltooiing, maar de vordering tot toelating van de deskundige werd toegewezen wegens onrechtmatig handelen van gedaagde.
De voorzieningenrechter compenseerde de proceskosten tussen partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vordering tot toelating deskundige toe, wijst de staking van werkzaamheden af en compenseert de proceskosten tussen partijen.