Uitspraak
[verdachte] ,
een wapen van categorie II onder 5°” de woorden “
van de Wet Wapens en Munitie”. De rechtbank herstelt deze omissie en leest voormelde zinsnede zoals hiervoor is vermeld.
- informatie uit het strafrechtelijk onderzoek Explorer (gericht op een ander dan verdachte) inhoudende dat [medeverdachte 1] in de periode van maart tot november 2014 meermalen is gezien in/bij een loods in [plaatsnaam] die als criminele ontmoetingsplaats diende;
- informatie uit het strafrechtelijk onderzoek Crockett (gericht op de zoon van [medeverdachte 1] ) inhoudende dat in augustus 2016 in de woning van [medeverdachte 1] chemicaliën en hardware ten behoeve van de productie van synthetische drugs, vuurwapens, munitie, softdrugs en PGP-telefoons is aangetroffen en;
- verschillende TCI-informatie in oktober en november 2016 met de strekking dat [medeverdachte 1] zich bezig hield met de handel in verdovende middelen.
- het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op de uitvoer van 50 kilo cocaïne (feit 1);
- het medeplegen van uitvoer van ongeveer 11,3 kilo cocaïne (feit 2);
- het medeplegen van een poging tot uitvoer van ongeveer 22 kilo cocaïne (feit 3 primair) dan wel het medeplegen van het afleveren, verstrekken, vervoeren etc. van ongeveer 20 kilo cocaïne (feit 3 subsidiair);
- het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen, munitie en een stroomstootwapen (feit 4).
Uitgangspunt van de rechtbank ten aanzien van de bevindingen van de undercoveragenten.
De bespreking van de door de verdediging opgeworpen verweren.
3. primair op 20 december 2017 te Den Haag en Rotterdam en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, en anderen voorgenomen misdrijf om opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland te brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van Pro de Opiumwet, 20 pakketten van elk ongeveer 1,1 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, immers hebbende verdachte en/of zijn mededaders:
Beslag.Het standpunt van de officier van justitie.
- een geldbedrag van € 20.000,-;
- een lege verpakking van een Blackberry telefoontoestel en
- een briefje met aantekeningen.
- een geldbedrag van € 155,90 en
- een videorecorder met netadapter.
- 33, 33a, 45, 47, 56 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
DE UITSPRAAK
ten aanzien van feit 4:handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie IIIverklaart verdachte hiervoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
7 jaar,met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht
verbeurdverklaringvan de in beslag genomen goederen, te weten:
teruggave van de in beslag genomen voorwerpenaan verdachte, te weten:
- een geldbedrag van 155,- euro en 90 eurocent;
- een lege verpakking van een Blackberry telefoontoestel;
- een videorecorder met een netadapter.
verzoek tot (hernieuwde) schorsingvan de voorlopige hechtenis
af.