Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 01/251321-17
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
- het (meermalen) (met kracht) slaan tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of
- het (meermalen) (met kracht) (met geschoeide voet) schoppen tegen het hoofd en
/of het gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer 1]
- het (meermalen) (met kracht) schoppen tegen (het lichaam) van die [slachtoffer 2] en/of
- het meermalen (met kracht) slaan tegen het hoofd en/of het gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of
- het in de wurggreep nemen en/of het meetrekken van die [slachtoffer 2]
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De formele voorvragen.
Bewijs
De bewijsmiddelen.
Ten aanzien van feit 1:
Ten aanzien van feit 2:
Proces-verbaal verhoor [slachtoffer 3] d.d. 25 september 2018 onder
Proces-verbaal verhoor [getuige] d.d. 23 september 2018 onder meer
Bijzondere overwegingen ten aanzien van het bewijs met betrekking tot feit 2.
De bewezenverklaring.
- het (meermalen) (met kracht) slaan tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en
- het (meermalen) (met kracht) met geschoeide voet schoppen tegen het hoofd en
/of het gezicht en het lichaam van die [slachtoffer 1]
- het (meermalen) (met kracht) schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] en
- het meermalen (met kracht) slaan tegen het hoofd en/of het gezicht en het lichaam van die [slachtoffer 2] en
- het in de wurggreep nemen en het meetrekken van die [slachtoffer 2]
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een gevangenisstraf van vijf maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden van -kort gezegd- toezicht van de reclassering, ambulante behandeling en een contactverbod met [slachtoffer 3] .
- tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde werkstraf van 80 uur subsidiair 40 dagen jeugddetentie.
De voorlopige hechtenis.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .
- immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 2.500,--;
- de materiële schade betreffende de reiskosten en parkeerkosten, zijnde deze kosten voldoende aannemelijk geworden;
- de medische kosten van € 431,37 en
- kosten horloge tot een bedrag van € 250,--,
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .
- immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 2.500,--;
- de materiële schade betreffende de reiskosten;
- de medische kosten van € 216,25 en
- kosten shirt, begroot op € 100,--. Uit de beelden blijkt dat het shirt van [slachtoffer 2] kapot is getrokken tijdens de geweldshandelingen.