Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- Een Chinees paspoort, afgegeven op 11 december 2015;
- Een verlopen Chinees paspoort, afgegeven op 31 oktober 1996;
- Een notariële verklaring betreffende geboorte afgegeven op 24 april 2017, geverifieerd en gelegaliseerd op 8 mei 2017;
- Een uittreksel geboorteakte van 24 april 2017, geverifieerd en gelegaliseerd op 8 mei 2017;
- Een notariële bevestiging geen huwelijk van 19 april 2017, geverifieerd en gelegaliseerd op 8 mei 2017;
- Een kopie van een hukou, notarieel gecertificeerd op 24 april 2017 en geverifieerd en gelegaliseerd op 8 mei 2017;
- Een schoolcertificaat van de middelbare school van juni 1992;
- Een DNA-onderzoeksrapport, opgemaakt op 23 maart 2018 door Verilabs te Leiden.
“Documenten van een notaris
De volgende documenten laat u door een notariskantoor (gong zheng chu) opstellen. Deze documenten krijgt u in het Chinees met daaraan vast de Engelse vertaling. Het Chinese document is voor Nederland het belangrijkste gedeelte.
Een notarieel certificaat (notarised /notarial certificate)
Dit is een verklaring van een notaris over een gebeurtenis, bijvoorbeeld een geboorte. Daarin staan alle nodige gegevens over die gebeurtenis. De notaris geeft deze verklaring af op basis van een officieel Chinees document.
Een gewaarmerkte kopie (certified true copy)
Dit is een fotokopie die een notaris maakt van een origineel Chinees document. Daarbij zit een verklaring van de notaris dat de kopie hetzelfde is als het origineel.”
- De hukou van de ouders, waarin de geboorte staat;
- Een ziekenhuisverklaring waarin staat dat deze geschikt is voor aangifte in het hukou-register;
- Een verklaring van het Public Security Bureau met alle geboortegegevens.
Conclusie
€ 512,-).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen;
- bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 170,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.024,-.
mr. D.M. Manie, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2019.