Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 december 2018 met zes producties
- de conclusie van antwoord van 23 januari 2019
- de mondelinge behandeling die plaats vond op 24 januari 2019
- de aanhouding van de zaak na afloop van de mondelinge behandeling tot 7 maart 2019 ten behoeve van nader overleg tussen partijen in het kader van een minnelijke regeling
- de brief van 20 februari 2019 van de zijde van de man waarin is medegedeeld dat de aanhouding niet tot een minnelijke regeling heeft geleid en waarin vonnis is gevraagd.
- de brief van 25 februari 2019 van de zijde van de vrouw waarin is bevestigd hetgeen is weergegeven in de brief van de zijde van de man van 20 februari 2019.
2.De feiten
NADERE AFSPRAKEN TUSSEN DE COMPARANTEN SUB 2(de vrouw en de man,
vrzr)
vrzr) zal de diensten en/of werkzaamheden verrichten zonder vergoeding voor de comparante sub 2.b. (de vrouw,
vrzr) zoals opgenomen op de aan deze akte gehechte lijst;
3.Het geschil
4.De beoordeling
salaris 980,00