Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verzoeker sub 2],
ERVEN [verzoeker sub 3],
[verzoeker sub 4],
[verzoeker sub 5],
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele zaak bij Rechtbank Oost-Brabant staat de beoordeling van een geschil over de Lijst der geldelijke regelingen (LGR) in het kader van een ruilplan Weerijs-Zuid centraal. Verzoekers, waaronder Creighton Ward B.V. en aanverwante partijen, vorderen vergoeding van verschillen in gebruikswaarde en kwaliteit, schaduwschade en agrarische meerwaarde van percelen.
De rechtbank stelt vast dat de peildatum voor het ruilplan bepalend is voor de beoordeling van gebruikswaarde en dat toekomstig gebruik geen rol speelt. Ten aanzien van het vochtprobleem wordt geoordeeld dat de toedeling qua gebruiksbestemming gelijkwaardig is, ondanks dat de grond droger is. Voor de schaduwschade wordt een vergoeding van €201,40 in de LGR toegewezen, gebaseerd op een aangepaste boomhoogte van 12 meter.
De claim voor agrarische meerwaarde wordt afgewezen omdat de vastgestelde Beheersverordening Buitengebied Rijsbergen rechtsgeldig is bekendgemaakt en de bouwmogelijkheden op de peildatum niet meer aanwezig waren. De rechtbank compenseert de proceskosten, omdat slechts een klein onderdeel van het beroep gegrond is verklaard.
Uitkomst: Vergoeding voor schaduwschade wordt toegekend, agrarische meerwaarde wordt afgewezen, proceskosten worden gecompenseerd.