Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring met producties;
- de incidentele conclusie van antwoord met producties.
Rechtbank Oost-Brabant
Partijen, voormalig echtelieden woonachtig in België, zijn in geschil over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waaronder een gezamenlijk eigendom van een woning gelegen in Nederland en een beleggingsverzekering bij ASR. De Belgische rechter heeft reeds de echtscheiding uitgesproken, maar de verdeling van het vermogen is nog niet volledig afgerond.
Eiseres vordert onder meer dat gedaagde meewerkt aan verkoop en levering van de woning, dat een makelaar wordt benoemd, en dat de opbrengsten en restschuld naar evenredigheid worden verdeeld. De rechtbank beoordeelt of zij bevoegd is om over deze vorderingen te oordelen op grond van artikel 6 lid 1 sub f van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De rechtbank oordeelt dat het geschil niet ziet op zakelijke rechten op de woning, maar op de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de wijze waarop de opbrengsten en verzekeringen verdeeld moeten worden. Aangezien partijen in België wonen en het geschil niet onder de Nederlandse bevoegdheid valt, verklaart de rechtbank zich onbevoegd. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering tot verdeling van de woning en beleggingsverzekering.