Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2019 in de zaak tussen
[naam] , te [woonplaats] , eiseres,
Procesverloop
N. Hopman, beleidsadviseur parkeren bij de gemeente Eindhoven.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres, woonachtig in het centrum van Eindhoven, vroeg een bezoekersparkeerregeling aan voor de Lichtstraat, welke door verweerder werd afgewezen op grond van de parkeerverordening en het gemeentelijk beleid. De gemeente hanteert een beleid dat bewoners van de Lichtstraat geen bezoekerspas krijgen, terwijl bewoners van de nabijgelegen Ventoseflat aan de Mathildelaan wel in aanmerking komen.
Eiseres stelde dat haar situatie feitelijk gelijk is aan die van de bewoners van de Ventoseflat, omdat ook haar bezoekers geen eigen parkeerplaats hebben en niet in de parkeergarage kunnen parkeren. De gemeente verweerde zich door te stellen dat het bouwjaar en de parkeervoorzieningen van de complexen verschillen, en dat daarom geen sprake is van gelijke gevallen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende heeft aangetoond dat de feitelijke situatie gelijk is en dat het onderscheid in het beleid niet objectief gerechtvaardigd is. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de gemeente opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel.