Eiseres betwist de aanslag precariobelasting opgelegd door de gemeente voor een luifel die boven gemeentegrond hangt. Zij stelt dat de gemeente op grond van een erfdienstbaarheid, ontstaan door verjaring, verplicht is de luifel te gedogen en dat de aanslag daarom onterecht is.
De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat de luifel sinds de jaren ’50 boven gemeentegrond hangt niet voldoende is om een erfdienstbaarheid door verjaring aan te nemen. Er moet sprake zijn van ondubbelzinnig bezit als eigenaar van die erfdienstbaarheid, wat inhoudt dat de bezitter zich zodanig moet gedragen dat de eigenaar niet anders kan afleiden dan dat de bezitter rechthebbende is. Eiseres heeft geen aanvullende feiten gesteld die dit aannemelijk maken.
De rechtbank verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het verzoek om medewerking aan de vastlegging van de erfdienstbaarheid bij notariële akte, omdat dit niet onder bestuursrecht valt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag precariobelasting blijft gehandhaafd.