Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 02/800267-17
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van voorbereidingshandelingen gericht op de productie van synthetische drugs in een laboratorium in aanbouw te Friesland.
Het onderzoek startte in oktober 2017 naar aanleiding van TCI-meldingen en leidde tot een actiedag op 4 april 2018 waarbij meerdere locaties werden doorzocht. Op een locatie in Friesland werd een drugslaboratorium aangetroffen. Verdachte werd ervan verdacht hierbij betrokken te zijn geweest.
De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De rechtbank kon echter niet vaststellen dat verdachte daadwerkelijk aanwezig was in het laboratorium, mede vanwege onvoldoende herkenning op foto’s en gebrek aan ander bewijs.
Daarom oordeelde de rechtbank dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke veroordeling afgewezen omdat de vrijspraak de naleving van voorwaarden uitsluit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij voorbereidingshandelingen productie synthetische drugs.