ECLI:NL:RBOBR:2019:2510
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs productie en bezit amfetamine en deelname criminele organisatie
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het medeplegen van voorbereidingshandelingen gericht op de productie van amfetamine, het produceren en voorhanden hebben van amfetamine, en deelname aan een criminele organisatie. Het onderzoek vond plaats na een opsporingsonderzoek onder de naam Marne, met meerdere zittingen in april 2019.
De officier van justitie vorderde een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, gebaseerd op contacten tussen verdachte en medeverdachten, aanwezigheid op locaties waar druggerelateerde goederen werden aangetroffen, en het gebruik van een telefoon waarvan peilgegevens werden onderzocht. De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was om verdachte te verbinden aan de strafbare feiten.
De rechtbank oordeelde dat het dossier geen direct bewijs bevatte dat verdachte handelde binnen het kader van een strafbaar feit. De aanwezigheid van verdachte op een woning waar grondstoffen werden aangetroffen kon niet worden toegeschreven aan hem, mede omdat meerdere personen de woning gebruikten. Ook was er geen overtuigend bewijs van zijn aanwezigheid op een tweede locatie. Het zwijgen van verdachte kon niet tegen hem worden gebruikt.
Gelet op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd de teruggave van in beslag genomen geld aan verdachte gelast.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van de ten laste gelegde feiten.