ECLI:NL:RBOBR:2019:2987
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan opzet bij voorbereidingshandelingen invoer Apaan
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte vrijgesproken van het medeplegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet, gericht op de invoer van Apaan, een grondstof voor amfetamineproductie.
De tenlastelegging betrof onder meer het bestellen, vervoeren en opslaan van Apaan tussen april en oktober 2012. Verdachte verklaarde dat hij niet wist wat de inhoud van de tonnetjes was en vertrouwde op de mededelingen van medeverdachten dat het om legale stoffen ging. Hoewel verdachte enige argwaan had, was er onvoldoende bewijs dat hij opzet had op het voorbereiden of bevorderen van de productie van synthetische drugs.
De rechtbank oordeelde dat alleen wetenschap van de criminele bestemming niet voldoende is; er moet ook (voorwaardelijk) opzet zijn op voorbereiden of bevorderen. Verdachte had geen wetenschap van de werkelijke inhoud en handelde vooral om oude bekenden te helpen en geld te verdienen. Er was geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte bewust heeft bijgedragen aan de productie van synthetische drugs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet op voorbereidingshandelingen met Apaan.