Op 18 januari 2016 vond in Heesch een demonstratie plaats tegen de komst van een asielzoekerscentrum. Verdachte was aanwezig maar verliet de locatie voordat de rellen uitbraken. Er was onvoldoende bewijs dat verdachte betrokken was bij het openlijk geweld tijdens de demonstratie, waardoor hij daarvan werd vrijgesproken.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte een zaklamp van de politie heeft weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Ondanks dat agenten hem vroegen de zaklamp terug te geven, hield verdachte deze bij zich. Dit werd als diefstal aangemerkt.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure. Daarom werd een taakstraf van 40 uur opgelegd, lager dan de eis van 160 uur. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van materiële schade aan de politie.
De vorderingen van benadeelde partijen voor immateriële schade werden afgewezen vanwege de vrijspraak op het openlijk geweld. De politie kreeg een schadevergoeding van €142,95 toegewezen voor de materiële schade aan de zaklamp. Verdachte werd veroordeeld in de kosten van de benadeelde partij en de tenuitvoerlegging.
Het vonnis is gewezen door de rechtbank Oost-Brabant op 5 juni 2019 door mr. J.H.P.G. Wielders, mr. A. Bernsen en mr. J. Donkersloot.