Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juni 2019 in de zaak tussen
stichting [naam 1] , te [vestigingsplaats] , eiseres,
de heffingsambtenaar van de gemeente Meierijstad, verweerder
Procesverloop
25 februari 2019 een “Uitspraak bezwaarschrift 2018” gedaan, waarbij eiseres
19 juli 2018, waaraan de rechtbank zoals overwogen de betekenis toekent van een schriftelijke weigering om te beslissen. In zoverre zal eiseres niet-ontvankelijk worden verklaard in haar beroep. Dat brengt de rechtbank op beantwoording van de vraag die vervolgens voorligt, te weten of verweerder terecht op 25 februari 2019 het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen de als schriftelijke weigering om te beslissen aangemerkte brief van 19 juli 2018;
- verklaart het beroep gegrond voor zover gericht tegen de uitspraak op bezwaar van
- vernietigt de uitspraak op bezwaar van 25 februari 2019;
- draagt verweerder op om opnieuw uitspraak te doen op het bezwaar van eiseres;
- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 338 vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.024.