Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
17 mei 2019 overgelegd.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser was werkzaam als regiobestuurder vakbond en meldde zich ziek vanwege psychische klachten. Verweerder stelde bij besluit vast dat eiser recht heeft op een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 64,62%. Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat hij niet meer dan 20 uur per week belastbaar is.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsarts Bezwaar en Beroep (B&B) zorgvuldig en gemotiveerd was. De medische rapportages, waaronder die van de primaire arts en aanvullende medische informatie, werden betrokken. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat het onderzoek onzorgvuldig was of dat de beperkingen van eiser waren onderschat.
De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en de geselecteerde functies passend zijn. De door eiser voorgestelde urenbeperking werd niet onderbouwd met medische stukken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.