Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 april 2019 en de daarin genoemde stukken,
- de akte uitlating tussenvonnis van [eiseres] van 8 mei 2019.
2.De verdere beoordeling
in conventie
€ 7.298,- van [gedaagde] te vorderen heeft en verzoekt de rechtbank haar vordering vast te stellen op dat bedrag.
€ 463,60, conform het tarief dat is bepaald in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.