ECLI:NL:RBOBR:2019:3968
Rechtbank Oost-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening pgb-aanvraag Jeugdhulp wegens ontbreken spoedeisend belang
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening inzake een persoonsgebonden budget (pgb) voor Jeugdhulp. Verzoeker, vertegenwoordigd door haar moeder, stelde dat het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch niet tijdig had beslist op de aanvraag en dat het toegekende pgb onvoldoende was voor de benodigde zorg.
Na een eerdere uitspraak waarbij het college werd opgedragen binnen zes weken te beslissen, stelde moeder het college in gebreke en startte zij beroep wegens het niet tijdig beslissen. Het college nam vervolgens een besluit op 20 november 2018, waarbij slechts gedeeltelijk aan de aanvraag werd voldaan. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen strekt mede tot het alsnog genomen besluit, dat niet volledig tegemoet komt aan het beroep.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om voorlopige voorziening connex is aan het bezwaar tegen het besluit en dat bij financiële geschillen niet snel sprake is van onverwijlde spoed. De zorg door Feniks Talent was nog niet formeel aangevraagd en het toegekende pgb voor andere zorgverleners waarborgt de continuïteit van zorg. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af wegens het ontbreken van spoedeisend belang en geeft partijen het advies de zorg door Feniks Talent te laten starten los van de discussie over de pgb-vorm.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.