ECLI:NL:RBOBR:2019:4370
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afloscapaciteit terugvordering nabestaandenuitkering Sociale Verzekeringsbank
Eiseres ontvangt sinds 2005 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet. Na vaststelling dat zij sinds 2008 een gezamenlijke huishouding voert, heeft de Sociale Verzekeringsbank (SVb) haar uitkering herzien en de te veel betaalde bedragen teruggevorderd. Eiseres maakte bezwaar tegen de terugvordering en de vastgestelde afloscapaciteit, waarbij zij stelde dat haar ziekte en financiële situatie een lagere aflossing rechtvaardigen.
De rechtbank overweegt dat de SVb op grond van wettelijke bepalingen de onverschuldigd betaalde uitkering mag terugvorderen en daarbij de afloscapaciteit van eiseres mag vaststellen. De SVb heeft de afloscapaciteit berekend op basis van door eiseres aangeleverde gegevens en de beslagvrije voet, rekening houdend met de gezamenlijke huishouding. De rechtbank stelt vast dat eiseres de juistheid van de berekening niet heeft betwist.
De stelling van eiseres dat zij vanwege ziekte en lagere inkomsten niet aan de aflossingsverplichting kan voldoen, wordt niet onderbouwd door de overgelegde stukken. De rechtbank concludeert dat de vastgestelde afloscapaciteit van circa €462 per maand terecht is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vastgestelde afloscapaciteit wordt ongegrond verklaard.