Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijsoverweging.
De bewezenverklaring.
Door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen.
Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 2 juni 2018 heeft verdachte in Eindhoven een glas ranja met een scheut GHB toegevoegd, dat door een toen zevenjarig kind is opgedronken, resulterend in zwaar lichamelijk letsel zoals braken, ademhalingsstoornissen en coma. Verdachte wist dat de vloeistof schadelijk kon zijn voor kinderen, maar was onoplettend en nalatig in het voorkomen dat het kind de ranja met GHB dronk.
De rechtbank oordeelde dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld, wat juridisch verwijtbaar is en hem strafrechtelijk aansprakelijk maakt. De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist dat de vloeistof GHB bevatte en dus geen opzet had, maar dit verweer werd verworpen omdat verdachte wel wist dat de vloeistof gevaarlijk was voor kinderen.
Het letsel van het kind werd als zwaar lichamelijk letsel aangemerkt vanwege de ernst, het spoedeisende medische ingrijpen en het levensbedreigende karakter. Verdachte werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke taakstraf van 180 uur, met een subsidiële vervangende hechtenis van 90 dagen, en tot betaling van een schadevergoeding van €2.706,11, waarvan €1.500 immateriële schadevergoeding betreft.
De rechtbank nam ook de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee, waaronder zijn berouw en de maatschappelijke gevolgen voor hem en zijn gezin. De vordering van de benadeelde partij werd volledig toegewezen. De straf en schadevergoeding weerspiegelen de ernst van het feit en het leed dat het slachtoffer en haar familie is aangedaan.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 180 uur onvoorwaardelijke taakstraf en betaling van €2.706,11 schadevergoeding voor aanmerkelijk onvoorzichtig toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan kind.