ECLI:NL:RBOBR:2019:4676

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
13 augustus 2019
Publicatiedatum
13 augustus 2019
Zaaknummer
19/964
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na tegemoetkoming bezwaar huurtoeslag

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een voorschotbeschikking huurtoeslag over 2019. De Belastingdienst heeft het bezwaar gegrond verklaard en het primaire besluit van 27 december 2018 herroepen, waarna een nieuwe voorschotbeschikking is afgegeven.

Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Tijdens de zitting op 8 augustus 2019 heeft de rechtbank vastgesteld dat verweerder volledig aan de bezwaren van eiser heeft voldaan. Omdat eiser geen proceskostenvergoeding in bezwaar had gevraagd en geen andere gegronde reden had om het beroep voort te zetten, ontbrak het aan een procesbelang.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd mondeling gedaan en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na volledige tegemoetkoming van het bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 19/964
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 augustus 2019 in de zaak tussen

[naam] te [woonplaats] , eiser,

en

de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,

(gemachtigde: J. Scheurwater).

Procesverloop

Bij besluit van 27 december 2018 met kenmerk [nummer] (het primaire besluit) heeft verweerder het voorschot voor huurtoeslag over het jaar 2019 vastgesteld op
€ 503,00.
Bij besluit van 18 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het primaire besluit van 27 december 2018 herroepen en beslist dat het toetsingsinkomen van eiser, conform zijn opgave, verlaagd. Vervolgens heeft verweerder op 21 februari 2019 een nieuwe voorschotbeschikking (met kenmerk [nummer] ) uitgebracht.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 augustus 2019. Eiser is verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting van 8 augustus 2019 gesloten en vervolgens onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft de volgende beslissing genomen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank heeft aan deze beslissing de volgende overwegingen ten grondslag gelegd.

Overwegingen

1. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop stelt de rechtbank vast dat verweerder volledig tegemoet is gekomen aan eisers bezwaren tegen het bestreden besluit. Een eventueel procesbelang kan gelegen zijn in het niet verkrijgen van een proceskostenvergoeding in bezwaar.
2. De rechtbank is niet gebleken dat eiser in de bezwaarfase om proceskostenvergoeding heeft gevraagd. Eiser is er niet in geslaagd om anderszins een gegronde reden te noemen waarom de rechtbank, ondanks dat verweerder geheel aan het bezwaar is tegemoetgekomen, een oordeel zou moeten geven over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer.
3. Gelet op het voorafgaande moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
4. De rechtbank heeft partijen medegedeeld dat zij, overeenkomstig het aan het einde van dit proces-verbaal vermelde rechtsmiddel, tegen deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. de Lange, rechter, in aanwezigheid van
mr. B. van der Bruggen, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 8 augustus 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.