Eiser, lijdend aan een chronische PTSS en depressieve stoornis, vroeg een maatwerkvoorziening voor een PTSS-hulphond op grond van de Wmo 2015, inclusief training en bijkomende kosten. Verweerder wees dit af omdat de hulphond een overwegend therapeutisch doel heeft, wat buiten de reikwijdte van de Wmo valt.
Na een medisch onderzoek door arts Lebbink concludeerde deze dat de hulphond primair een therapeutisch middel is, gericht op behandeling van stoornissen, met verbetering van zelfredzaamheid en participatie als secundair gevolg. Eiser voerde aan dat de hulphond vooral ondersteunend is en de participatie aanzienlijk verbetert, gesteund door een tegenrapport van arts Van der Hatert.
De rechtbank vond het medisch advies van arts Lebbink zorgvuldig en overtuigend, en oordeelde dat het primaire doel van de hulphond therapeutisch is. Behandeling van stoornissen valt niet onder de Wmo 2015, waardoor de aanvraag terecht is afgewezen. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.