Een 8-jarige minderjarige heeft de kinderrechter verzocht te bepalen dat hij niet meer naar zijn vader hoeft te gaan. De minderjarige woont sinds de echtscheiding bij zijn moeder en de ouders hebben gezamenlijk gezag. De rechtbank had in 2017 een contactregeling vastgesteld.
De kinderrechter heeft met de minderjarige en zijn ouders gesproken en beoordeeld dat de minderjarige voldoende inzicht heeft in de gevolgen van zijn verzoek. Desondanks is het verzoek afgewezen omdat de ouders in een andere procedure reeds met elkaar in gesprek zijn over het contact en het uitgangspunt is dat zij samen tot afspraken moeten komen.
Daarnaast is vastgesteld dat de situatie belastend is voor de minderjarige en daarom is afgesproken dat hij speltherapie zal volgen. Ook zullen de ouders zelf hulp zoeken en indien nodig een mediator inschakelen om de communicatie te verbeteren. De rechtbank acht het in het belang van de minderjarige dat deze hulptrajecten worden gevolgd en wijst daarom het verzoek af.