Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 december 2018 met 6 producties
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Qander met 4 producties.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser heeft tussen 2005 en 2007 drie kredietovereenkomsten gesloten met Qander. Na emigratie naar Turkije stopte hij met aflossen vanwege financiële problemen, maar heeft hij vanaf 2014 zijn schulden volledig afgelost. Eiser is nu financieel stabiel en werkt als ZZP-er met een inkomen van circa €70.000 per jaar. Hij is geregistreerd bij het BKR met codes A2 en A4, die nog tot 2020 en 2021 zichtbaar zouden blijven.
Eiser vordert verwijdering van deze BKR-registraties omdat deze hem belemmeren in het verkrijgen van hypothecair krediet en zakelijke leningen, wat zijn carrière en woonsituatie schaadt. Qander betwist het spoedeisend belang, de hoogte van het inkomen en de onderbouwing van de koopovereenkomst, en wijst op de rechtmatigheid van de registratie vanwege betalingsachterstanden en het niet melden van verhuizing.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser voldoende spoedeisend belang heeft vanwege de aankoop van een woning onder financieringsvoorbehoud. De registratie is destijds terecht geplaatst, maar nu eiser zijn schulden volledig heeft voldaan en een stabiele financiële situatie heeft, is de registratie niet langer proportioneel of subsidiariteit gerechtvaardigd. Daarom wordt Qander veroordeeld om binnen 14 dagen de BKR-registraties te verwijderen, onder dreiging van een dwangsom tot maximaal €20.000. De proceskosten worden aan Qander opgelegd.
Uitkomst: Qander wordt veroordeeld om binnen 14 dagen de BKR-registraties van eiser te verwijderen onder dreiging van een dwangsom.