Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 augustus 2019 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
“Omdat een maatwerkvoorziening een op maat van de persoon gesneden afgestemd geheel van maatregelen is, is in het eerste lid opgenomen dat het college periodiek nagaat of het pakket aan maatregelen nog altijd «op maat» is en of het eventueel verstrekte persoonsgebonden budget nog passend is. Hoe vaak dit noodzakelijk zal zijn, zal mede afhangen van de ondersteuningsbehoefte van betrokkene en hetgeen bij het onderzoek is vastgesteld. De bepaling kan ertoe leiden dat het college na onderzoek tot de conclusie komt dat het geheel aan maatregelen nog altijd goed op de persoon is afgestemd, maar ook dat het college tot een heroverweging komt en beslist dat de cliënt meer of minder diensten hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen nodig heeft.”
niet-ontvankelijk verklaard omdat dit een uitvoeringshandeling betreft waartegen geen bezwaar kan worden gemaakt. Eiser acht deze benadering niet in overeenstemming met de taak en verantwoordelijkheid die de gemeente in de Wmo 2015 heeft gekregen. Verder heeft eiser er op gewezen dat verweerder ten onrechte zijn bezwaar met betrekking tot de ingangsdatum niet-ontvankelijk heeft verklaard. Verweerder heeft zich hiertoe op het standpunt gesteld dat dit een feitelijke handeling van de zorgaanbieder betreft, maar eiser is van mening dat verweerder hiervoor verantwoordelijk is.
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij het bezwaar ongegrond is verklaard en een proceskostenvergoeding is toegekend;
- draagt verweerder op om opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten die eiser in beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op € 1.536,00;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 47,00 aan eiser moet vergoeden.