Eiser heeft het college verzocht zijn voornaam, geboortedatum en geboorteplaats in de Basisregistratie Personen te wijzigen op grond van documenten en een DNA-onderzoek. Het college wees dit verzoek af omdat niet onomstotelijk vaststond dat de huidige gegevens onjuist waren.
Eiser stelde dat hij met de overgelegde documenten en het DNA-onderzoek voldoende bewijs had geleverd, en dat het college aanvullend onderzoek had moeten doen, bijvoorbeeld bij de Chinese ambassade. Het college liet de documenten onderzoeken door Bureau Documenten van de IND, die geen waardeoordeel kon geven over de echtheid en juistheid van de stukken.
De rechtbank oordeelde dat eiser de bewijslast draagt om aan te tonen dat de gegevens in de basisregistratie feitelijk onjuist zijn en dat dit bewijs alleen geleverd kan worden met juiste brondocumenten. Nu Bureau Documenten geen oordeel kon geven en eiser geen onomstotelijk bewijs leverde, was het verzoek terecht afgewezen.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat het college niet verplicht was aanvullend onderzoek te doen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.