Woonbedrijf vordert in kort geding ontruiming van een woning die wordt gehuurd door een onder bewind gestelde huurder, vanwege ernstige tekortkomingen in de nakoming van de huurovereenkomst. De tekortkomingen betreffen onder meer het aantreffen van een handelshoeveelheid hennep in de schuur bij de woning en meldingen van overlast.
De bewindvoerder en huurder voeren verweer dat de hennep voor eigen gebruik was en dat de overlast voornamelijk vóór de directe huurovereenkomst plaatsvond. De voorzieningenrechter oordeelt dat de overlastmeldingen van vóór de huurovereenkomst geen grond bieden voor ontruiming en dat de hoeveelheid hennep (2,115 kg natte hennep) ruim boven de gebruikershoeveelheid ligt, wat een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst oplevert.
De rechter stelt dat Woonbedrijf een spoedeisend belang heeft bij ontruiming vanwege het veiligheidsrisico en het zero tolerance beleid. De belangen van de huurder en haar kinderen wegen niet op tegen het belang van Woonbedrijf. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen, terwijl het gevorderde gebiedsverbod wordt afgewezen.