Eiser stelde beroep in tegen de WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2017 en de bijbehorende aanslag onroerende-zaakbelastingen voor 2018, vastgesteld door de gemeente Geldrop-Mierlo. Verweerder had het bezwaar van eiser eerder ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd.
Tijdens de zitting op 5 augustus 2019 bereikten partijen een compromis over de waarde van de woning, vastgesteld op €404.000, en de vergoeding van door eiser gemaakte kosten in bezwaar en beroep, inclusief taxatiekosten en griffierecht. Hierdoor resteerde geen geschil meer tussen partijen.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen procesbelang meer had bij een rechterlijk oordeel en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door rechter I. Boekhorst op 28 augustus 2019.