ECLI:NL:RBOBR:2019:5175

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
10 september 2019
Publicatiedatum
10 september 2019
Zaaknummer
19_2258
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen evenementenvergunning en handhavingsbesluiten motorcrossvereniging

Bij besluit van 13 augustus 2019 verleende de burgemeester een evenementenvergunning aan een motorcrossvereniging voor een evenement op 8 september 2019. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning en vroegen tevens om handhavend op te treden tegen vermeende overtredingen door de vergunninghoudster. De colleges van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten wezen de handhavingsverzoeken af of stelden deze buiten behandeling.

Verzoekers dienden daarop verzoeken in tot voorlopige voorziening bij de rechtbank Oost-Brabant, die op 6 september 2019 werd behandeld. Tijdens de zitting trokken verzoekers hun beroep tegen het niet tijdig beslissen op de handhavingsverzoeken in en richtten zich alleen op de voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de lopende complexe besluitvorming omtrent het terrein, waaronder een nieuw bestemmingsplan en milieuvergunning, en de korte termijn tot het evenement, het niet passend was om een voorlopig oordeel te geven over de rechtmatigheid van de vergunning. Ook vond de rechter het niet proportioneel om handhaving af te dwingen, mede gelet op het belang van het evenement dat al grotendeels was voorbereid en de beperkte duur van één wedstrijddag.

Daarnaast achtte de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat de stikstofdepositie door het evenement zodanig zou toenemen dat het evenement verboden zou moeten worden. De verzoeken tot voorlopige voorziening werden daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen de evenementenvergunning en handhavingsbesluiten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummers: SHE 19/2258
SHE 19/2260

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

6 september 2019 op de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken tussen

[naam 1] , te [plaats] , verzoekers,

(gemachtigden: mr. B. Wallage en mr. A.C.M. Kusters),
en
- de burgemeester respectievelijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren,
(gemachtigden: mr. A.A.M Kuijken en D. Brussee),
- het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant,
(gemachtigden: P.M. Hoefnagels en E.L.A. Kramer),
verweerders.
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:
[naam vereniging]te [vestigingsplaats] , vergunninghoudster,
(gemachtigden: [naam 2] en [naam 2] ).

Procesverloop

Bij besluit van 13 augustus 2019 heeft de burgemeester aan [naam vereniging] een evenementenvergunning verleend voor het organiseren van het [naam evenement] evenement op 8 september 2019 op het [adres] .
Hiertegen hebben verzoekers bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer SHE 19/2258.
Op 22 augustus 2019 hebben verzoekers de beide colleges verzocht om preventief handhavend op te treden tegen het evenement. Tegen het niet-tijdig beslissen op de handhavingsverzoeken hebben verzoekers bij deze rechtbank beroep ingesteld. Deze beroepen zijn geregistreerd onder de nummers SHE 19/2259 en SHE 19/2261. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende het geven van een bevel aan de beide colleges om onmiddellijk, c.q. uiterlijk vóór 8 september 2019, op passende wijze handhavend op te treden tegen de dreigende schending van diverse wet- en regelgeving door vergunninghoudster en hieraan een dwangsom te verbinden en/of een last onder bestuursdwang op te leggen. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer SHE 19/2260.
Bij besluit van 3 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders het handhavingsverzoek afgewezen.
Bij besluit van 5 september 2019 heeft het college van gedeputeerde staten het handhavingsverzoek buiten behandeling gesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 september 2019. Verzoekers zijn verschenen bij hun gemachtigden. Verweerders hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Vergunninghoudster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigden.
Nu verzoekers ter zitting hun beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de handhavingsverzoeken hebben ingetrokken en zij tegen de reële besluiten op hun handhavingsverzoeken bezwaar hebben ingediend bij beide colleges, heeft de voorzieningenrechter ten aanzien van deze besluiten de verzoeken met instemming van partijen beschouwd als te zijn ingediend hangende bezwaar.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter op zitting onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening worden afgewezen.

Overwegingen

De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
De verzoeken richten zich tegen de evenementenvergunning (SHE 19/2258)
en het besluit tot weigering tot handhavend optreden respectievelijk het besluit tot buiten
behandelingstelling van het handhavingsverzoek (SHE 19/2260).
De reden voor de afwijzing van de verzoeken om een voorlopige voorziening te treffen, is erin gelegen dat het circuit al sinds jaren onderwerp is van discussie en er al jaren diverse juridische procedures worden gevoerd; er zit ook nog het nodige aan besluitvorming in de pijplijn waaronder een nieuw bestemmingsplan en omgevingsvergunning voor de activiteit milieu. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter leent deze procedure zich daarom niet, mede gelet ook op de korte voorbereidingstijd en het feit dat er nu moet worden beslist op uw verzoeken, voor een voorlopig rechtmatigheidsoordeel over de evenementenvergunning. De voorzieningenrechter laat zich dan ook niet uit over de vraag of er gebreken kleven aan deze vergunning.
Verder voert het naar oordeel van de voorzieningenrechter te ver om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat er moet worden gehandhaafd, nu de verzoeken om handhaving zijn afgewezen dan wel buiten behandeling zijn gesteld.
Dan resteert de vraag of er een ordemaatregel moet worden getroffen. Daarbij staat de
afweging van belangen centraal.
De voorzieningenrechter heeft gekeken naar de belangen van verzoekers. Zij stellen al jaren hinder te ondervinden van het terrein. Zij moeten ook erg lang wachten op besluitvorming: zo is het nieuwe bestemmingsplan nog niet rond en ook de vereiste vergunning voor de activiteit milieu ontbreekt. Verder is niet duidelijk of er ook een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is.
Aan de andere kant heeft de voorzieningenrechter te maken met een motorcrossvereniging die over nog geen twee dagen een groot evenement heeft georganiseerd dat al helemaal is opgetuigd, waarop veel publiek afkomt en met deelnemers niet alleen uit Nederland maar ook van elders, die waarschijnlijk nu al in Nederland zijn of onderweg zijn.
Het feit dat het nog zo kort dag is voor het evenement en gelet op de consequenties van het
op het laatste moment afgelasten van een evenement van deze omvang vindt de voorzieningenrechter zwaarder wegen dan het belang van verzoekers bij het niet laten doorgaan van dit evenement. Daarbij heeft de voorzieningenrechter er rekening mee gehouden dat hier sprake is van één dag crossen en niet het hele weekend.
Verder vindt de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat één wedstrijddag een zodanige toename van stikstofdepositie op het natuurgebied zal veroorzaken, zo van een toename al sprake van is, dat hierom het evenement geen doorgang zou mogen vinden. Daarbij laat de voorzieningenrechter in het midden of er een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en of verzoekers bij zo’n besluit belanghebbenden zijn.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Heijerman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.F.M. Emons, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 6 september 2019.
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is aan partijen verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.