Partijen zijn in 1984 gehuwd en in 2016 gescheiden. Na diverse echtscheidingsbeschikkingen ontstond onenigheid over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. In juni 2018 vond een bespreking plaats waarbij afspraken werden gemaakt over betaling, woningtoedeling en aandelen, vastgelegd in een e-mailwisseling tussen advocaten. De vrouw betwist echter dat er volledige wilsovereenstemming is bereikt en stelt dat de echtscheidingsbeschikkingen leidend blijven.
De man vordert in kort geding nakoming van de afspraken, waaronder overdracht van woning en aandelen, betaling van een maandelijkse vergoeding en schorsing van de executie van de alimentatiebeschikking. De vrouw voert verweer en stelt dat er geen definitieve overeenstemming is en dat de afspraken ondeelbaar zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er onvoldoende aannemelijk is dat partijen een alomvattende wilsovereenstemming hebben bereikt. Diverse conceptovereenkomsten zijn niet ondertekend en er bestaan onduidelijkheden over fiscale afwikkeling en waarderingen. De vorderingen tot nakoming en betaling worden daarom afgewezen. Tevens is geen sprake van misbruik van bevoegdheid door de vrouw bij executie van de alimentatiebeschikking.
De rechtbank compenseert de proceskosten en draagt iedere partij haar eigen kosten. Het geschil zal naar verwachting in een bodemprocedure verder worden uitgewerkt.