Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 februari 2019 in de zaak tussen
[eisers] , te [woonplaats] , eisers
Senzer, burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 40.000,-. De lening diende als bedrijfskapitaal voor de sanering van schulden. De lening moest in vier jaar door eisers worden terugbetaald door maandelijkse aflossingen. De eerste termijn verviel na het verstrekken van het krediet. Op 8 oktober 2008 hebben eisers en verweerder een akte van schuldbekentenis getekend en is het krediet aan eisers betaalbaar gesteld.
18 december 2013. Dat bezwaar is door verweerder bij beslissing op bezwaar van
17 december 2015 niet-ontvankelijk verklaard omdat de termijn voor indiening van bezwaar zou zijn overschreden.
12 mei 2015 en betalingsverzoeken in de periode vanaf februari 2011 tot en met juli 2015 maar deze stukken hebben eisers, zo voeren zij aan, nooit ontvangen. Verweerder heeft aangegeven dat eisers geen dringende redenen hebben gesteld maar dat is volgens eisers onjuist nu zij er op hebben gewezen dat ze nog lange tijd moeten aflossen op een - bij verweerder bekende - schuld aan de Belastingdienst. Terugbetaling van het teruggevorderde bedrag zal volgens eisers dan ook tot een faillissement leiden.
16 december 2009 een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar begonnen, die dus loopt tot
€ 52.520,63). Hierom kan er op dit moment ten aanzien van de nieuwe schuld geen inhouding plaatsvinden."