Partijen zijn ex-echtelieden waarvan het huwelijk in 2010 is ontbonden met een echtscheidingsbeschikking waarin partneralimentatie is vastgesteld tot uiterlijk januari 2022. De man heeft in 2018 een verzoek tot nihilstelling van de alimentatie ingediend, dat door de rechtbank is afgewezen. Tijdens de procedure is een voorlopige regeling getroffen waarbij de man een lager bedrag aan alimentatie betaalde.
In 2019 heeft de vrouw executoriaal beslag gelegd op twee woningen van de man vanwege achterstallige alimentatiebetalingen. De executieverkoop van een woning stond gepland op 7 oktober 2019. De man vordert in kort geding dat de vrouw wordt verboden de executieverkoop voort te zetten en dat de executie wordt geschorst.
De rechtbank oordeelt dat de vrouw haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd en dat de man spoedeisend belang heeft bij schorsing van de executie. Gezien de nog lopende procedure en de mogelijkheid voor partijen om nader te reageren, wordt de executie geschorst tot 1 januari 2020 en de verkoop verboden op de geplande datum. Een voortgezette zitting wordt gepland voor november 2019 om verdere behandeling mogelijk te maken.