Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 01/200109-17
Oplegging van straf en/of maatregel.
Gezien de ernst van het ten laste gelegde, de ernstige verslavingsproblematiek, het verhoogd psychoserisico en het verhoogd recidiverisico wordt vanuit zorgoogpunt geadviseerd dat betrokkene een klinische psychiatrische behandeling ondergaat. De behandeling is bij voorkeur in een klinische setting omdat de kans op middelenmisbruik in een ambulante setting groot werd geacht. Met betrekking tot de verslavingsproblematiek van betrokkene is hierbij het streven naar het bereiken van een stabiele abstinentie waarna het aan te bevelen valt om nader diagnostiek te doen gericht om de aanwezigheid van mogelijke psychotische klachten als ook het cognitieve functioneringsniveau van betrokkene. Tijdens een klinische behandeling kan betrokkene, middels een optimale medicamenteuze behandeling, met betrekking tot zijn psychotische stoornis stabiliseren. Aansluitend aan een klinische behandeling is een ambulante behandeling met een bepaalde mate van toezicht en controle op middelengebruik geïndiceerd om het recidiverisico op lange termijn zoveel mogelijk te minderen’.
Mede aan de hand van gestructureerde risicotaxatie wordt de kans op recidive, in lijn met de uiteenlopende eerdere justitiële contacten, hoog geschat wanneer (na detentie) geen passend risicomanagement zou worde ingezet. (…)
gevangenisstrafvoor de duur van
7 jarenmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht).
maatregel van schadevergoeding
€ 3.609,74(zegge: drieduizendzeshonderdennegen euro en vierenzeventig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
46 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 3.000,- immateriële schadevergoeding en materiële schadevergoeding ad € 609,74.
toeen veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag van € 3.609,74 (zegge: drieduizendzeshonderdennegen euro en vierenzeventig eurocent), te weten € 3.000,- immateriële schadevergoeding en materiële schadevergoeding ad € 609,74.
tenuitvoerleggingvan de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 30 januari 2018, gewezen onder parketnummer 01/200109-17, te weten:
taakstrafvoor de duur van
20 uren.
teruggavevan de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten