Uitspraak
[verdachte 1] ,
en/of
en/of
en/of
en/of
en/of - in het kader van voornoemde activiteit(en) met elkaar en/of met afnemer(s)/klant(en) (telefonisch) contact gelegd/onderhouden en/of (een) ontmoeting(en) gehad en/of (een) bespreking(en) gevoerd en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt (zaakdossier 1, 3, 4 en 5);
- een loods gelegen aan de [adres 2] , die aan [medeverdachte 5] wordt toegeschreven, maar waarmee ook [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] in verband worden gebracht en waar voorwerpen bestemd voor de productie van verdovende middelen zijn aangetroffen;
- een loods gelegen aan de [adres 3] , die aan [medeverdachte 8] wordt toegeschreven, maar waarmee ook [medeverdachte 9] in verband wordt gebracht en waar eveneens voorwerpen bestemd voor de productie van verdovende middelen zijn aangetroffen;
- een loods gelegen aan de [adres 4] , die aan [medeverdachte 10] en [medeverdachte 11] wordt toegeschreven, waar contante geldbedragen van de organisatie naar toe werden gebracht;
- de kringloopwinkel van [verdachte 1] en [medeverdachte 1] aan het [adres 5] en het witgoed bedrijf aan de [adres 6] , waar ook [medeverdachte 4] , de zoon van [verdachte 1] , werkzaam was.
Overwegingen ten aanzien van feit 1 en 2:
Overwegingen ten aanzien van feit 3 en feit 4:
Overwegingen ten aanzien van feit 5:
- een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht én;
- een geldboete van € 30.000,-- subsidiair 185 dagen hechtenis indien de geldboete niet wordt betaald.
ten aanzien van feit 1:medeplegen van: om een feit bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit verschaffen en vervoermiddelen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd ten aanzien van feit 2:medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod ten aanzien van feit 3:medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd ten aanzien van feit 4:medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken ten aanzien van feit 5:deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vierde lid en 10a, eerste lid, van de Opiumwet verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur
van 8 jaarmet aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.