Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2019 in de zaak tussen
[naam] , te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
stenenbungalow aan de [adres] in de verste verte niet vergelijkbaar is met de
houtenbungalow van eiser. Omdat de rechtbank het uitganspunt al niet juist acht, kunnen de forse correcties voor kwaliteit (20%), onderhoud (20%), voorzieningen (30%) en doelmatigheid (10%), de vergelijking niet alsnog rechtvaardigen. Elke objectivering daarvoor ontbreekt, nog afgezien van het feit dat de gemachtigde van verweerder ter zitting van de rechtbank niet heeft kunnen verklaren hoe zij met de vermelde correcties van een vierkante meterprijs van € 155 tot een vierkante meterprijs van € 58,46 is kunnen komen. Ook vergelijking met de in dit geval gekozen bouwpercelen acht de rechtbank niet juist. Ter zitting heeft verweerder immers verklaard (en uit de naderhand overgelegde aktes van levering is gebleken) dat de bouwpercelen geclausuleerd zijn verkocht (de kopers waren verplicht daarop een woning, verzwaard met de nodige erfdienstbaarheden te bouwen), zodat onvoldoende duidelijk is wat daarvan de invloed op de (markt)prijs is geweest.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- stelt de waarde van [adres] te [woonplaats] per waardepeildatum 1 januari 2016, voor het kalenderjaar 2017, vast op € 200.000,– en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.788,52.