Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
“(…)Het gehuurde, bestemming
“(…)Casco
“(…) Geconstateerde gebreken of wijzigingen met eventuele opmerkingen en afspraken:
3.Het geschil
4.De beoordeling
.
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een geschil tussen verhuurder en huurder van een bedrijfsruimte waarbij de huurder een huurachterstand had opgebouwd van meer dan zes maanden. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur, boetes en bijkomende kosten. De huurder stelde zich op het standpunt dat hij de huur mocht opschorten wegens gebreken waarvoor de verhuurder verantwoordelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de contractuele bepaling die opschorting en verrekening uitsluit niet onaanvaardbaar is en dat de huurder geen beroep kon doen op opschorting. De huurachterstand werd vastgesteld op €11.398,38, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De gevorderde boete werd gematigd van €13.500,00 tot €4.200,00 omdat de cumulatieve berekening tot een buitensporig bedrag leidde.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst werd afgewezen vanwege de investeringen van de huurder in het gehuurde en het feit dat de huurachterstand inmiddels werd ingelopen. De vorderingen van de huurder in reconventie voor kosten van onderhoud en renovatie werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en afspraken tussen partijen. De proceskosten werden deels gecompenseerd.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, gematigde boete en kosten, maar de ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen.