Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs.
- behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.
Rechtbank Oost-Brabant
Op 26 mei 2019 schoot verdachte twee keer met een vuurwapen in de richting van het slachtoffer in het uitgaansgebied van ’s-Hertogenbosch. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte poging tot zware mishandeling pleegde, maar sprak hem vrij van poging tot moord en poging tot doodslag vanwege onvoldoende bewijs voor voorwaardelijk opzet op de dood.
De rechtbank oordeelde dat verdachte naar de grond heeft gericht bij het afvuren van de kogels, wat de kans op dodelijk letsel aanzienlijk verkleint. Getuigenverklaringen waren tegenstrijdig en het wapen werd niet teruggevonden. Het slachtoffer liep een lichte kogelwond aan de onderarm op.
De rechtbank legde een jeugddetentie van 366 dagen op, waarvan 186 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Bijzondere voorwaarden omvatten onder meer een meldplicht bij de jeugdreclassering, agressieregulatie training, begeleiding via Topaze en Sonestra, en een gebiedsverbod in het uitgaansgebied van ’s-Hertogenbosch. De straf houdt rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden en adviezen van deskundigen en de Raad voor de Kinderbescherming.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot moord en doodslag, maar veroordeeld voor poging tot zware mishandeling met 366 dagen jeugddetentie waarvan 186 dagen voorwaardelijk.