De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld wegens het opzettelijk overschrijden van het op de bedrijven rustende pluimveerecht in de periode van 2016 tot en met 2018. Verdachte hield aanzienlijk meer pluimvee dan toegestaan, waarbij de overschrijding bijna 500.000 pluimvee-eenheden bedroeg. De feiten betroffen meerdere jaren en verschillende locaties binnen Nederland.
De rechtbank sprak verdachte vrij voor enkele feiten die betrekking hadden op de periode vóór 27 maart 2017, omdat die activiteiten door een medeverdachte als eenmanszaak werden gedreven en niet aan verdachte konden worden toegerekend. Voor de overige feiten achtte de rechtbank verdachte wettig en overtuigend schuldig, mede op basis van een bekennende verklaring en proces-verbalen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
De rechtbank benadrukte de ernst van de overtredingen, die de Meststoffenwet schenden en leiden tot oneerlijke concurrentie. Hoewel verdachte investeerde in mestverwerkingstechnologie, was deze investering gefinancierd door de verkoop van pluimveerechten, wat niet was toegestaan. Daarom werd een geldboete van €200.000 opgelegd, waarvan €100.000 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De verdediging had verzocht om een geheel voorwaardelijke straf of schuldigverklaring zonder strafoplegging, maar dit werd verworpen. De rechtbank vond een forse geldboete passend om herhaling te voorkomen en de naleving van milieuregels te waarborgen.