Uitspraak
In de visie van de verdediging is, kort gezegd, kleurloos opzet op de enkele gedraging van het inzamelen in casu onvoldoende voor bewezenverklaring.
Het oordeel van de rechtbank.
Bewijsoverwegingen en bespreking van verweren.
Medeplegen door verdachte.
Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon kan sprake zijn indien zich een of meer van de navolgende omstandigheden voordoen:
a) het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon,
b) de gedraging past in de normale bedrijfsvoering of taakuitoefening van de rechtspersoon,
c) de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf of in diens taakuitoefening,
d) de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard, waarbij onder bedoeld aanvaarden mede begrepen is het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.
Door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen.
Hetgeen de officier van justitie met betrekking tot de in beslag genomen voorwerpen heeft gevorderd, is aangetekend op de beslaglijsten die als bijlagen aan de vordering van de officier van justitie zijn gehecht.
Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht (bijlage 2).
De verdediging heeft daarnaast verzocht rekening te houden met de negatieve publiciteit rondom zijn persoon, de impact daarvan op zijn gezin en op hem en met de omstandigheid dat verdachte verkeerde beslissingen heeft genomen onder druk van de drang zijn bedrijven in de lucht te houden. Tot slot heeft de verdediging er aandacht voor gevraagd dat verdachte alles is kwijt geraakt terwijl zijn bedrijf aanvankelijk goed en zonder (milieu hygiënische) problemen verliep.
De raadsman heeft gepleit voor een straf gelijk aan het ondergane voorarrest op het moment van uitspraak met daarnaast een voorwaardelijk gevangenisstraf en een taakstraf.
Kortgezegd verzamelde verdachte afvalstoffen in om deze vervolgens te verwerken, maar de voorraad ingezameld materiaal stond op enig moment niet meer in verhouding tot zijn verwerkingscapaciteit, met als gevolg dat verdachte een voorraad creëerde van honderden IBC’s met gevaarlijk, zeer toxisch, afval die werden opgeslagen op verschillende locaties binnen en in de buitenlucht. Omdat de bedrijfsvoering niet goed op orde was, verdachte niet beschikte over de benodigde vergunningen dan wel vergunningsvoorschriften overtrad, was er onvoldoende zicht op de concrete hoeveelheden afval, op het type afval en de risico’s van, met name, de menging van stoffen. Als chemicus wist verdachte als geen ander wat de potentiële gevaren hiervan waren.
De gevaarzetting heeft zich verwezenlijkt toen agressieve en giftige stoffen door de muur het bedrijf van [naam bedrijf benadeelde partij] binnendrongen.
De feiten hebben tot een aanzienlijke schade geleid, niet alleen voor het bedrijf van [naam bedrijf benadeelde partij] dat tijdelijk is stilgelegd en moest verhuizen, maar ook voor de Nederlandse samenleving omdat al het afval alsnog door de overheid op een correcte wijze moest worden afgevoerd.
Verdachte heeft daarnaast gedurende lange tijd fotofixeervloeistof ingezameld zonder de benodigde papieren. Verdachte, als niet erkende inzamelaar, is hier ook mee doorgegaan tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis. Herhalingsgevaar heeft zich aldus concreet verwezenlijkt.
Tot slot was verdachte in het bezit van een geladen revolver, een geladen pistool, veel munitie en een magazijn met kogelpatronen bestemd voor een geweer. Vanwege de risico’s van het ongecontroleerde bezit van wapens moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens.
Om verdachte ervan te weerhouden wederom strafbare feiten te plegen zal de rechtbank daarvan een deel, groot 12 maanden, voorwaardelijk opleggen. Aan die voorwaardelijke straf zal de rechtbank, naast de algemene voorwaarde, geen strafbare feiten plegen, de bijzondere voorwaarde koppelen dat verdachte gedurende een proeftijd van 3 jaren geen bedrijfsmatige handelingen met afval zal verrichten.
2.1, 2.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
13 van de Wet bodembescherming;
10.1, 10.39, 10.44, 10.45 van de Wet milieubeheer;
26, 55 van de Wet wapens en munitie.
onder feit 4tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en
spreekt verdachte daarvan vrij.
en hij het feit begaat met betrekking tot een wapen van categorie II; - handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie; t.a.v. 01/995042-19 feit 1 primair: een gewoonte maken van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.45 eerste lid onderdeel a van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan; t.a.v. 01/995042-19 feit 2: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.44, eerste lid van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.
01/995042-19 feit 1 primair, feit 2:)
gevangenisstrafvoor de duur van
24 maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 27
12 maanden voorwaardelijkmet een proeftijd van 3 jaren.
maatregel van schadevergoedingvan EUR 96.168,00 subsidiair 30 dagen hechtenis
EUR 96.168,00(zegge: zesennegentigduizendhonderdachtenzestig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
30 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit materiële schadevergoeding (posten 1 tot en met 7).
verbeurdverklaringvan de in beslag genomen goederen, te weten: een Volkswagen Crafter met [kenteken 2]
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen goederen, te weten: - een revolver Smith & Wesson;
teruggavevan de in beslag genomen goederen aan de [naam rechthebbende] , te weten: een Volkswagen Crafter, kenteken [kenteken 1] (Roemeens kenteken).
teruggavevan de in beslag genomen goederen aan beslagene, te weten: - 4 doosjes handgereedschap;