Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.CBRE DHC Den Bosch (Pensmarkt) BV,
2.CBRE DHC Holding I BV,
3.IEF Capital Berlage Noord BV
- conclusies van antwoord en dupliek : € 2.000,00 volgens kantontarief
- pleidooi: € 3.099,00 volgens tarief handel.
Rechtbank Oost-Brabant
HEMA vordert nakoming van een voorkeursrecht uit haar huurovereenkomst met betrekking tot panden aan de Pensmarkt te 's-Hertogenbosch. Zij stelt dat dit voorkeursrecht ook geldt bij de verkoop van aandelen in de verhuurdersmaatschappij, terwijl CBRE c.s. betogen dat het recht alleen ziet op verkoop van het gehuurde pand zelf.
De rechtbank onderzoekt de tekst van het voorkeursrechtbeding in artikel 17 van Pro de huurovereenkomst en concludeert dat dit beding niet ziet op aandelentransacties. Aandelen zijn geen onroerende zaken en een aandelenoverdracht leidt niet tot een materieel vergelijkbaar gevolg als de verkoop van het pand zelf. Ook de voorwaarden voor een identiek aanbod aan HEMA zijn niet geregeld bij aandelenoverdracht.
Verder beoordeelt de rechtbank verklaringen en correspondentie tussen partijen, waaronder een verklaring van HEMA uit 2005 en een brief van IEF Capital uit 2017, en concludeert dat deze niet aantonen dat het voorkeursrecht zich uitstrekt tot de aandelentransactie. Vergelijkingen met wettelijke voorkeursrechten worden verworpen omdat het contractuele recht door partijen zelf is bepaald.
De rechtbank wijst de vorderingen van HEMA af, veroordeelt haar in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van HEMA af en veroordeelt haar in de proceskosten.