ECLI:NL:RBOBR:2019:7642
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en voortzetting WIA-uitkering na herbeoordeling
Eiseres, werkzaam als verpleegkundige, werd aanvankelijk per 19 oktober 2015 toegelaten tot een loongerelateerde WIA-uitkering. Na een melding van vermeerde arbeidsongeschiktheid in april 2017, voerde verweerder een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek uit. Op basis hiervan stelde verweerder bij besluit van 26 juli 2018 de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 42,75%, waarmee de uitkering ongewijzigd werd voortgezet.
Eiseres betwistte deze vaststelling en stelde dat haar beperkingen onderschat waren, met name vanwege haar reumatoïde artritis en chronisch pijnsyndroom. Zij vond zichzelf volledig of in ieder geval meer dan 42,75% arbeidsongeschikt, en voerde aan dat haar klachten duurzaam zijn. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van verweerder zorgvuldig en goed gemotiveerd was, waarbij de verzekeringsarts dossierstudie en een spreekuuronderzoek had verricht.
De rechtbank vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid. Medische stukken van eiseres werden beoordeeld, maar gaven geen aanwijzing voor een andere medische situatie op de peildatum. Ook de arbeidskundige beoordeling dat de geduide functies geschikt zijn, werd bevestigd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de voortzetting van de WIA-uitkering op basis van 42,75% arbeidsongeschiktheid gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van 42,75% arbeidsongeschiktheid wordt gehandhaafd.