Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Het verzoek tot verbetering
2.De beoordeling
3.De beslissing
De Beslissingvan het op 2 augustus 2019 tussen [eiseres] en [gedaagde] gewezen vonnis waar staat:
in conventie en in voorwaardelijke reconventie:
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele zaak tussen een besloten vennootschap en een particuliere partij heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant een herstelvonnis gewezen op 22 augustus 2019. Dit herstelvonnis corrigeert een kennelijke fout in het vonnis van 2 augustus 2019, waarbij ten onrechte een proceskostenveroordeling ten laste van eiser in reconventie was uitgesproken.
De fout hield verband met het feit dat de voorwaarde voor de reconventionele vordering niet was vervuld, waardoor deze vordering niet besproken hoefde te worden. De voorzieningenrechter verwijst daarbij naar een arrest van de Hoge Raad uit 2011, dat de grondslag vormt voor het herstel van het vonnis.
Het herstelvonnis wijzigt en laat vervallen diverse onderdelen van het oorspronkelijke vonnis, met name de passages die betrekking hebben op de proceskostenveroordeling in reconventie. Tevens wordt bepaald dat het vonnis voor wat betreft de kostenveroordeling in conventie uitvoerbaar bij voorraad blijft. Beide partijen worden verzocht de ontvangen stukken van het oorspronkelijke vonnis na ontvangst van het herstelvonnis aan de griffie te retourneren.
De uitspraak is gedaan door rechter E. Loesberg en is openbaar uitgesproken op 22 augustus 2019.
Uitkomst: De proceskostenveroordeling in reconventie uit het vonnis van 2 augustus 2019 is hersteld en vervalt.