Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Ryanair DAC,
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
3.Het geschil
[naam 1]en
[naam 2]recht op financiële compensatie van € 250,00.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser had een vlucht geboekt van Eindhoven naar Pisa op 25 juli 2018, die door Ryanair werd geannuleerd. Eiser vordert op grond van Verordening 261/2004 een compensatie van €250, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.
Verweerster stelt dat de annulering het gevolg was van stakingen van cabinepersoneel in verschillende landen, waardoor sprake zou zijn van buitengewone omstandigheden ex artikel 5 lid 3 Verordening Pro 261/2004. Zij voert aan dat zij redelijke maatregelen heeft getroffen en geen controle had over de stakingen.
De rechtbank oordeelt dat verweerster onvoldoende heeft onderbouwd dat de staking onvermijdelijk was en dat zij geen daadwerkelijke invloed had om deze te voorkomen. De enkele stelling dat onderhandelingen liepen met vakbonden is onvoldoende om buitengewone omstandigheden aan te nemen. De gevorderde compensatie wordt daarom toegewezen, evenals de wettelijke rente. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Verweerster wordt veroordeeld in de proceskosten met rente.
De beschikking is gegeven door kantonrechter J.M.J. Godrie en uitgesproken op 23 mei 2019.
Uitkomst: Verweerster wordt veroordeeld tot betaling van €250 compensatie met rente en proceskosten.