ECLI:NL:RBOBR:2019:7801
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot betaling ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel
Op 5 juli 2019 heeft de politierechter van de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen verdachte, geboren in 1963. De zaak betrof de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte een bedrag van €9.564,00 aan de Staat moet betalen. Dit bedrag vertegenwoordigt het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel dat verdachte heeft behaald. De beslissing is genomen op basis van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
De uitspraak werd mondeling gedaan en vastgelegd in een aantekening van het vonnis. De politierechter heeft hiermee de verplichting tot betaling opgelegd als maatregel van ontneming, zonder verdere strafrechtelijke sancties in deze beschikking.
Deze uitspraak is een voorbeeld van toepassing van ontnemingsmaatregelen binnen het strafrecht, gericht op het terugvorderen van illegaal verkregen financiële voordelen.
Uitkomst: Verdachte is verplicht €9.564 te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.