Uitspraak
1.De procedure
3 januari 2019 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de wrakingskamer en de rechters van de rechtbank Oost-Brabant die betrokken waren bij de behandeling van een eerdere wrakingsprocedure. Hij stelde dat de rechters en de wrakingskamer vooringenomen zijn en niet aan waarheidsvinding doen, onder meer omdat een verzoek tot het beluisteren van een geluidsopname in een bodemprocedure werd afgewezen.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en benadrukt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De wrakingskamer concludeerde dat de aangevoerde gronden van verzoeker onvoldoende zijn om vooringenomenheid aan te nemen en dat het wrakingsverzoek gebaseerd op een procesbeslissing niet tot wraking kan leiden.
Daarnaast kwalificeert de wrakingskamer het herhaaldelijk indienen van wrakingsverzoeken tegen alle rechters van de rechtbank Oost-Brabant als evident misbruik van het wrakingsmiddel en zal zij dergelijke verzoeken in de toekomst buiten behandeling laten. Het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer zelf wordt eveneens buiten behandeling gelaten.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2019 en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken op dezelfde gronden worden buiten behandeling gelaten.