Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzieningenrechter die de voorlopige voorziening behandelde om toegelaten te worden tot de masteropleiding Chemical Engineering aan de Technische Universiteit Eindhoven. Verzoeker stelde dat de rechter niet onpartijdig was omdat zij zich eerst op de bevoegdheid wilde concentreren en niet op de inhoud van het verzoek wilde ingaan zonder machtiging voor een ander beroep.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de wettelijke criteria voor rechterlijke onpartijdigheid. De kamer concludeerde dat de rechter niet de schijn van vooringenomenheid heeft gewekt en dat de rechter haar procesorde bevoegd heeft bepaald. Nieuwe wrakingsgronden die na het verzoek werden aangevoerd, werden niet meegenomen omdat deze al bekend waren bij verzoeker.
De wrakingskamer verklaarde het aanvullende wrakingsverzoek niet-ontvankelijk en wees het hoofdverzoek af. De rechterlijke onpartijdigheid werd niet aangetast en er waren geen bijzondere omstandigheden die het wrakingsverzoek rechtvaardigden.