Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOBR:2019:7828

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
12 december 2019
Publicatiedatum
23 november 2021
Zaaknummer
WR 19/042
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 lid 1 RvArt. 39 lid 5 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak rechtbank

Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om een schriftelijke aanwijzing van Stichting Jeugdbescherming Brabant over de verzorging en opvoeding van haar zoon te laten vervallen. De rechtbank heeft op 15 november 2019 deze aanwijzing bekrachtigd. Vervolgens heeft verzoekster op 25 november 2019, na de beschikking, een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de beschikking heeft gegeven.

De wrakingskamer heeft geoordeeld dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat de rechter op het verzoek heeft beschikt. Daarom is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Ook is geen mondelinge behandeling gehouden omdat het debat over de gegrondheid van het wrakingsverzoek niet aan de orde was.

De beslissing is op 12 december 2019 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant. Verzoekster kan tegen deze beslissing een voorziening treffen volgens artikel 39 lid 5 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Uitkomst: Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek na de einduitspraak is gedaan.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANKOOST-BRABANT
Wrakingskamer
Zaaknummer: WR 19/042
Beslissing van 12 december 2019
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster], wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. J.W. Brunt,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.Procesverloop

De Stichting Jeugdbescherming Brabant heeft verzoekster op 4 september 2019 een schriftelijke aanwijzing gegeven over de verzorging en opvoeding van haar zoon [naam] . Verzoekster heeft de rechtbank verzocht die aanwijzing vervallen te verklaren. Dit verzoek, dat bij de rechtbank is binnengekomen op 26 september 2019, is geregistreerd onder zaaknummer C/01/351291 / JE RK 19-1531.
De rechter heeft op 15 november 2019 beschikt op het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing van 4 september 2019 en die aanwijzing bekrachtigd. Hierna, bij brief van 25 november 2019, die bij de rechtbank op 2 december 2019 is binnengekomen, heeft verzoekster, die partij is bij voormelde zaak, de rechter gewraakt.

2.De beoordeling van het wrakingsverzoek

Het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechter op het verzoek (met zaaknummer C/01/351291 / JE RK 19-1531) heeft beschikt. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat is beschikt op een verzoek. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter zitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling (artikel 39 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het wrakingsverzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

3.De beslissing

De wrakingskamer verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, mr. G.J. Roeterdink en mr. V.R. de Meyere, leden, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat
geenvoorziening open (artikel 39 lid 5 Rv Pro)