Eiser was tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Eindhoven in beroep gegaan nadat de aanslag was gehandhaafd bij uitspraak op bezwaar. Tijdens de procedure trok verweerder de naheffingsaanslag in, waarna de rechtbank onderzocht of eiser nog belang had bij de beoordeling van het beroep.
De rechtbank constateerde dat door de intrekking van de aanslag het belang van eiser bij de beoordeling van het beroep was komen te vervallen. Hierdoor ontbrak het procesbelang, een vereiste voor ontvankelijkheid van het beroep.
Daarnaast werd het beroep op betalingsonmacht van griffierecht door eiser toegewezen, omdat hij geen inkomen of vermogen had. De rechtbank stelde het griffierecht op nihil.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang en wees een proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter Requisizione op 12 februari 2019 te 's-Hertogenbosch.