ECLI:NL:RBOBR:2019:825

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
12 februari 2019
Publicatiedatum
13 februari 2019
Zaaknummer
18_1401
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang na intrekking naheffingsaanslag parkeerbelasting

Eiser was tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Eindhoven in beroep gegaan nadat de aanslag was gehandhaafd bij uitspraak op bezwaar. Tijdens de procedure trok verweerder de naheffingsaanslag in, waarna de rechtbank onderzocht of eiser nog belang had bij de beoordeling van het beroep.

De rechtbank constateerde dat door de intrekking van de aanslag het belang van eiser bij de beoordeling van het beroep was komen te vervallen. Hierdoor ontbrak het procesbelang, een vereiste voor ontvankelijkheid van het beroep.

Daarnaast werd het beroep op betalingsonmacht van griffierecht door eiser toegewezen, omdat hij geen inkomen of vermogen had. De rechtbank stelde het griffierecht op nihil.

De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang en wees een proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter Requisizione op 12 februari 2019 te 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na intrekking van de naheffingsaanslag.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 18/1401

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2019 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiser op 22 februari 2018, een naheffingsaanslag parkeerbelasting (met aanslagnummer [nummer] ) opgelegd ter hoogte van € 64,40, bestaande uit € 2,40 parkeerbelasting en € 62,00 kosten naheffing.
Bij uitspraak op bezwaar van 1 mei 2018 (de bestreden uitspraak) heeft verweerder de aanslag gehandhaafd.
Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Verweerder heeft bij faxbericht van 7 januari 2019 aan de rechtbank laten weten dat hij de naheffingsaanslag van 22 februari 2018 heeft ingetrokken.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2019. Omdat de woon- of verblijfplaats van eiser onbekend is, heeft de uitnodiging voor de zitting plaatsgevonden via de Staatscourant van 18 december 2018. Eiser is niet verschenen
.Verweerder is met bericht van verhindering niet verschenen.

Overwegingen

1. Eiser heeft een beroep gedaan op betalingsonmacht ten aanzien van de verplichting tot het betalen van griffierecht. De rechtbank is van oordeel dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet over voldoende middelen beschikt om het in beginsel verschuldigde griffierecht te betalen, nu hij op dit moment geen inkomen noch vermogen heeft. De rechtbank wijst daarom het beroep op betalingsonmacht toe. Dit betekent dat eiser geen griffierecht hoeft te betalen. Het beroep is in zoverre ontvankelijk en het griffierecht wordt op nihil gesteld.
2. Gelet op het faxbericht van verweerder van 7 januari 2019 ziet de rechtbank zich gesteld voor de, ambtshalve te beantwoorden, vraag op eiser nog belang heeft bij beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Deze vraag dient te worden beantwoord aan de hand van de feiten en omstandigheden zoals die uiterlijk op de zitting bekend zijn geworden.
3. De rechtbank stelt vast dat de naheffingsaanslag door verweerder is ingetrokken. Eiser kan met zijn beroep dan ook niet meer bereiken dat de naheffingsaanslag wordt vernietigd. Het belang van eiser bij beoordeling van de rechtmatigheid van de bestreden uitspraak op bezwaar is dan ook komen te ontvallen. Hij heeft, zoals dat wordt genoemd, geen procesbelang meer.
4. Het beroep zal, in verband hiermee, niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.M.S. Requisizione, rechter, in aanwezigheid van mr. P.M. de Kruif, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2019.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.