Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
Onderzoek van de zaak:
Toepasselijke wetsartikelen
De uitspraak
wederrechtelijk verkregen voordeelwordt geschat vast op
verplichtingop
tot betaling aan de Staatvan een geldbedrag ter grootte van
Rechtbank Oost-Brabant
Bij vonnis van 16 augustus 2017 is verdachte veroordeeld voor valsheid in geschrift en gewoontewitwassen in het kader van PGB-fraude. Naar aanleiding hiervan is een ontnemingsprocedure gestart om het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen en terug te vorderen.
De rechtbank heeft negen volledig onderzochte PGB-dossiers als basis genomen om het voordeel te berekenen en deze bevindingen geëxtrapoleerd naar overige dossiers. De ontvangsten bestonden uit PGB-uitkeringen, ziekengeld PGB/WMO en WMO-uitkeringen. De verdediging betwistte deels de herkomst van ziekengeld en WMO-gelden, maar de rechtbank verwierp deze verweren wegens onvoldoende bewijs en gebrek aan aannemelijkheid.
De rechtbank stelde vast dat 70% van de ontvangsten als voordeel kon worden aangemerkt, na aftrek van gemaakte zorgkosten en ingehouden loonheffing. Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel werd afgerond vastgesteld op €2.100.000. De rechtbank achtte geen grond aanwezig om de betalingsverplichting te matigen en concludeerde dat veroordeelde dit bedrag aan de Staat moet betalen.
Uitkomst: Veroordeelde wordt verplicht €2.100.000 aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.