Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Procesverloop
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 30 januari 2020;
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 19 februari 2020 een beschikking gegeven inzake een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan een manische decompensatie bipolaire stoornis en heeft een aanzienlijk risico op ernstig nadeel, waaronder maatschappelijke teloorgang en ernstige psychische schade.
Uit de medische verklaring, het zorgplan en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene momenteel psychiatrisch stabiel is, maar kwetsbaar voor ontremmingen waarbij zij niet bereid is vrijwillige zorg te accepteren. De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk is om verdere schade te voorkomen.
De toegewezen zorgmachtiging omvat onder meer het toedienen van medicatie, het beperken van bewegingsvrijheid, toezicht, beperkingen in vrijheid, bezoekbeperkingen, controle op middelen, insluiting, onderzoek aan kleding of lichaam en opname in een accommodatie. De machtiging geldt voor zes maanden tot en met 19 augustus 2020. Betrokkene heeft verweer gevoerd tegen de machtiging, maar dit is door de rechtbank verworpen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor zes maanden met verplichte zorg zoveel mogelijk in de thuissituatie.