Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.Procesverloop
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van [datum];
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant behandelde een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan een schizoaffectieve stoornis van het depressieve type, waarbij sprake is van een stabiele psychiatrische toestand, maar met een aanzienlijk risico op ernstig nadeel.
Het risico betreft gevaar voor de algemene veiligheid, ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en psychische schade, zowel voor betrokkene als voor anderen, met name tijdens psychotische episodes. Betrokkene heeft zorg nodig om zijn fysieke en geestelijke gezondheid te stabiliseren en zijn autonomie te herwinnen. Vrijwillige zorg is niet mogelijk, en verplichte zorg is noodzakelijk om ernstig nadeel af te wenden.
De zorgmachtiging omvat het toedienen van voeding, medicatie, medische controles, het beperken van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de voorgestelde zorg is evenredig en effectief. De machtiging wordt verleend voor zes maanden tot en met 17 augustus 2020.
De mondelinge behandeling vond plaats aan een adres van de instelling, waarbij betrokkene, zijn advocaat, de behandelcoördinator en zijn mentor aanwezig waren. De officier van justitie was niet aanwezig omdat nadere toelichting niet nodig werd geacht. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor betrokkene op grond van de Wvggz.